Het is een begin

De zon schijnt heerlijk in mijn gezicht en ik kruip dicht tegen Sinan aan. Niet alleen omdat ik ervan geniet, maar ook omdat ik wel een beetje bang ben. Koud heb ik het niet. Integendeel! Die zon is echt lekker. Sinan vind het echter fris… en ik tik voordat we vertrekken met mijn vinger op mijn hoofd. “Hij is gek” denk ik, wanneer hij zegt dat ik mijn jas goed dicht moet doen omdat het echt koud is. De voorspelling zei 24 graden maar volgens mij zitten we er ruim boven. En meneer heeft het koud! Ik zeg hem dat wij dit in Holland ZOMER noemen en tik nog een keer lachend met mijn vinger op mijn hoofd. Dat internationale teken van “je spoort niet” herkent ie natuurlijk wel en hij maakt een afkeurend klakkend geluid met zijn tong tegen zijn gehemelte. Je zal ziek worden! Zegt hij nog, voor ik achterop de brommer stap. 

We zijn dus onderweg naar Manavgat om een aantal dingen te regelen. Ik weet niet hoe we het gaan doen, waar we gaan beginnen, en wat we moeten doen. Maar ik heb alle belangrijke papieren mee en zie wel waar we uitkomen. Onder het zadel van de brommer heb ik mijn paspoort, de Turkse vertalingen, de pasfoto’s en het bewijs van uitschrijving in meerdere talen, veilig opgeborgen. Het weer is heel mooi en ik heb het helemaal niet koud. Het is lekker warm en ik geniet ervan wanneer ik de wind door mijn haren voel gaan. Tussen Side en Manavgat ligt een weg waar we –hoe kan het ook anders- overheen moeten, voor we zijn waar we willen zijn. Het enge eraan vind ik, dat we 70 km per uur rijden. Zonder helm. Op een weg die heel breed is. Wij rijden rechts en moeten afslaan naar links. Het is niet druk, gelukkig, maar ik vind het maar niets. Dat we 70 rijden zonder helm ben ik inmiddels wel gewend. Dat is dagelijkse kost en als ik om mij heen kijk zie ik wel –tig brommerrijders maar vrijwel niemand met een helm. Ik denk dat ik toch maar een pot ga kopen, zeg ik tegen mijzelf wanneer de brede weg oversteken die in mijn belevenis te vergelijken is met een Nederlandse snelweg. Maar dan één waar auto’s en brommers samen gebruik van maken. Fietsers zie je hier nog niet zoveel. Maar wanneer die er zijn, dan zullen zij ook wel over deze weg moeten denk ik.

In Manavgat aangekomen moeten we eerst naar de bank van Sinan zodat hij wat eigen zaken kan regelen. Wanneer we binnenkomen voel ik me als een schaap dat in een hok gezet word met 30 wolven. De wachtruimte is weliswaar van marmer, maar het is piepklein en doet me denken aan de wachtruimte bij de dokter. Okee, twee keer zo groot als de wachtruimte bij de dokter. Maar voor een bankhal lijkt het me toch nog klein. Het valt me meteen op dat ik de enige vrouw ben daar en alle ogen zijn meteen op mij gericht. Ik vind het maar niets. Sinan lijkt het aan te voelen en slaat een arm om mij heen. Dit verbaasd mij maar fijn vind ik het wel. Iedere keer als ik denk “nu is het tijd om gepast afstand te houden” dan doet Sinan het tegenover gestelde. Eerder al een keer in de supermarkt, bij het einde-van-het-seizoen feest, en nu dus bij de bank. Dat vind ik wel erg lief!

Er zijn 20 wachtende voor ons. Sinan vraagt me –gelukkig- of we buiten zullen wachten. Daar voel ik me meteen wat meer op mijn gemak en geniet van de zon tot we aan de beurt zijn.

Wanneer we bij de bank vandaan komen gaan we naar een groot marmeren gebouw –alle belangrijke gebouwen lijken wel van marmer hier haha- en lopen naar binnen. Daar is een poort waar we doorheen moeten, maar er is geen beveiliger te zien. De poort gaat af wanneer zowel ik als Sinan er doorheen lopen maar niemand komt naar ons toe om ons te fouilleren. We kunnen de juiste balie niet vinden en wanneer we iemand zoeken om het aan iemand te vragen komt de beveiliger aangelopen die buiten blijkbaar een sigaretje stond te roken.
Hij helpt ons vriendelijk op weg en we staan zonder te wachten direct voor de juiste mevrouw. Zij vraagt een kopie van mijn paspoort. Maar de enige die ik heb is die aan de Turkse vertaling vast zit die ze helemaal niet nodig heeft. We kunnen dus niet geholpen worden en lopen naar buiten naar de overkant van de straat waar we 4 kopieën maken voor 1 TL. Weer terug begint de mevrouw die we eerder spraken direct alles in orde te maken. Tegen Sinan zegt ze dat ik heel mooi ben en Sinan glundert met een brede grijns van oor tot oor. En ik? Ik voel me best wel opgelaten. Complimentjes ontvangen vind ik niet altijd even makkelijk. Binnen 10 minuten staan we weer buiten met een papiertje waar een nummer op staat. Ja mensen 😀 Dit is mijn Taxnumber. Ik denk te vergelijken met sofi-nummer. Vanaf nu ben ik geregistreerd bewoner van Turkije! Dus wanneer we –zonder te betalen ook nog- naar buiten lopen is het mijn tijd om te grijnzen van oor tot oor.

Nu willen we naar de bank. Deze is het dichtste bij en dus een logische volgende stap. Een bankrekening openen. Manavgat is eigenlijk één grote straat. En wanneer ik om mij heen kijk moet ik wel lachen dat álle banken in één straat zijn. Ik heb het voor het uitkiezen maar mijn keuze is snel gemaakt. ING of Fortis.. en ik kies voor ING. Daar kunnen we een gezamenlijke rekening openen als we willen maar ik zeg dat ik liever mijn eigen rekening heb. Gezamenlijk kunnen we altijd nog wel nemen.

Na 10 minuten wachten krijgen we te horen dat ik nog geen rekening kan openen. Ik moet nl. eerst bij de Politie een papiertje halen waarop bevestigd wordt dat ik echt op het opgegeven adres woon. Maar inmiddels is het al over 3 uur geweest, hebben we honger en zijn we in de tussentijd ook al naar de supermarkt geweest. Sinan wil per see niet met zijn tasje nieuwe sokken bij de Politie naar binnen lopen en dus besluiten we maar naar huis te gaan.

Wanneer we terug lopen naar de brommer blijkt de sleutel er nog in te zitten. En deze keer maak ik een klakkend afkeurend geluid met mijn tong.. Maar goed dat ‘ie niet gestolen is!!

Onderweg naar huis stoppen we nog bij de visboer om Hamsi te kopen. Deze keer gaat Sinan het zelf maken. We kopen ook brood en citroenen. Wanneer we thuis komen is het nog vroeg maar de zon is al aan het ondergaan. Sinan snijd rode uien en citroenen in partjes, legt dit in de kookpan en doet daarop de hamsi. Hij kookt dit met een beetje bouillon en binnen enkele minuten staat er een heerlijke maaltijd op tafel. Gezien het mooi weer is eten we buiten bij het schemerdonker en een kaarsje. We drinken er raki bij en dit is echt heerlijk in combinatie met vis!

‘S avonds vlak voor we naar bed gaan geeft Sinan me een glas water. Niet uit de kraan want dit kan je echt niet drinken. Het ruikt naar chloor. En dus drinken we altijd water wat we kopen in de supermarkt. Een paar minuten later voel ik me enorm misselijk en begin ik wat te rillen. Ik ben ook in eens heel moe en val al snel tegen Sinan aan op de bank in slaap. Hij heeft me later op de avond naar bed gebracht –heel schattig- en heb ik tot vanochtend 10 uur aan één stuk doorgeslapen.

Ook Sinan voelt zich vandaag niet zo lekker. Beide zijn we verkouden. Sinan zegt niets, maar ik denk terug aan gisteren, dat hij er zo op stond dat ik mijn jas dicht deed. Wat een eigenwijs ben ik ook weer.

Maar gelukkig heb ik een aantal medicijnen uit Nederland mee. Ik geef Sinan een strepsil tegen beginnende keelpijn en zelf neem ik ook. Daarna maak ik een lekker ontbijt voor ons van gebakken ei. Sinan maakt thee en doet hier een stukje citroen bij. Dit smaakte heel goed!

Daarna ploffen we op de bank neer en hebben we geen zin meer om naar het politie bureau te gaan om de rest te regelen. Beide voelen we ons niet lekker en buiten is het anders dan gisteren. Het is koud en later op de dag regent het. We blijven dus lekker binnen vandaag. Lekker lui, met onze nieuwe sokken, thee met citroen en strepsils. Wat we vandaag niet doen…. Kan morgen ook nog!

This entry was posted in Gee in Turkije | 2009/2010. Bookmark the permalink.

Geef een reactie...