Winterse perikelen

“Ohhhh dank u wel!!!” zeg ik, met half overslaande stem, vanuit de grond vanuit mijn hart. Mijn hart slaat in mijn keel van schrik en ik heb eventjes nodig om mijzelf te stabiliseren. Het is winter. Het is koud. Het is glad. En het komt er eigenlijk op neer dat ik een winterwatje ben geworden. Als ik dat al niet was.

De eerste sneeuw doet zich aan en enkele uren later trek ik al starend naar het donkere buiten mijn jas aan. Het is een heel ritueel geworden wat zich dagelijks herhaalt. Eerst nette schoenen uit. Dikke sokken aan over de dikke panty die ik toch al aan had onder mijn legging. Dan mijn Uggs aan welke bij vele een discussiepunt van echtheid-of-niet is geworden. Daarna jas aan, muts op, sjaal er om heen, capuchon op, en (eventueel dubbele) handschoenen aan. Het is een ritueel om mij voor te bereiden op mijn weg naar kantoor en naar huis. Deze keer was het echter echt gaan sneeuwen en blijkbaar ook meteen glad. Tot aan de metro ging het goed en in de metro kon ik mijzelf even lekker opwarmen aan de kachel die meestal op standje vulkaanuitbarsting staat. Wat mij betreft prima is. Op Amsterdam Sloterdijk is het dringen geblazen.

Ver voor dat de metro bij het station aankomt staat iedereen al bij de deur te dringen om er als eerste weer uit te zijn. Iedere seconde telt in het Nederlandse Openbaar Vervoer, en dat is iets wat je als Nederlander nooit zal vergeten. Het is als een spel. Je speelt er op in! Als doorgewinterde metro- en trein reizig(st)er tenminste. Dat herkennen medereizigers vast wel. Incalculeren waar je moet staan als de trein of metro komt zodat je zo dicht mogelijk bij de deur staat. En, als je er uit moet, om er ook als eerste te staan zodat je niet als laatste het voertuig verlaat zodat je die trein net op de seconde na mist. Ben er redelijk goed in, al is de trein tot nu toe een keer of drie echt voor mijn neus weggereden. Volgende keer dus toch beter mijn best doen! Misschien even wat harder met mijn ellebogen werken! 😉

Wel was ik even vergeten hoe het ookalweer moest. Dat balans houden wanneer het glad is. Ik stond deze keer zonder te hoeven ellebogen al vrij snel voor de deur en was één van de eerste die het geluk had om als eerste uit te mogen stappen. De eerste hebben de meeste kans om de trein te halen. Al zorgt de NS er (als vriendelijk gebaar?) wel voor dat je je niet hoeft te haasten. Zij laten de trein gewoon iedere dag tussen de 10 en 30 minuten later komen! Hoef jij je niet te haasten!

Anyway. Het was meteen raak. 1 voet buiten de deur. Goed. Andere voet buiten de deur en hoppa! Daar schoot een Geesje met 1 been omhoog naar achteren. WAAAAAAAA! Was het enige wat aan mijn lippen ontsnapte. Gelukkig bleek mijn noodkreet niet geheel nutteloos. Om zelf niet onder uit te gaan, of al dan niet om mij te helpen voelde ik meteen een hoop stevige grepen om mijn armen, die ik in eerste instantie al zwiepend achterover gooide om een balans te zoeken die nooit gevonden zou worden. Goddank was ik als eerste en niet als laatste uitgestapt. Een hele meute ving mij op en ik werd warm van binnen van dank. Achterom kijkend zag ik mensen vriendelijk lachen (laten we positief blijven, het was geen uitlachen) en ik glimlachte nogmaals dankbaar terug. Poeh! Dat was op het nippertje!

Eenmaal met de trein aangekomen in Hoorn kwam ik bij het volgende punt aan. Met de fiets naar huis.
Is het niet zo dat je fietsen nooit verleert? Fietsen op gladde besneeuwde wegen blijkbaar wel!
Terwijl ik stuntelend, met de stuur alle kanten op zwiepend, voorzichtig naar huis ‘fietste’ (lees: gleed, liep) zoefde meermalen andere echte doorgewinterde Hollanders voorbij.

Shit. Dacht ik. Dat gaan nog lange maanden worden.
Maar, inmiddels heb ik mijn ‘lef’ weer teruggevonden en rijd ik –bijna roekeloos- zo hard ik kan weer over de wegen. Ik laat me niet tegenhouden!

This entry was posted in 3 maanden NL | 2010/2011. Bookmark the permalink.

Geef een reactie...