In shock

Eerst wilde ik schrijven over hetgeen waardoor ik in shock was. Nu echter lees ik net over de schietpartij in Alphen a/d Rijn. En dat brengt me pas echt in shock! Wat verschrikkelijk wat daar gebeurd is!!! Ik leef met de mensen mee. Het is afschuwelijk. Wat een watje, die jongen. Dat hij zichzelf daarna van het leven berooft en zo zijn straf ontloopt. Walgelijk.

Nu lijkt het geen waar ik eerst over wilde schrijven in het niet te vallen. Wat klaag ik nou eigenlijk? Nee mijn leven is niet leuk. Maar met dit soort gebeurtenissen verbleken mijn problemen als de felle kleur van een T-shirt in de zon. Het voelt nu vervelend om te schrijven over hetgeen wat wij vandaag meegemaakt hebben.. maar ook dat moet even van het hart.

We lopen nog steeds door een dal. Een dal met gevaarlijke valkuilen en onbetrouwbare mensen. Ik zie geen pieken. Geen hoge bergen. Maar ik stap door. Want ik geloof heilig dat pieken dalen nodig hebben. En wanneer je in een dal zit, zal er altijd weer een piek komen. Het kan niet anders. We moeten door.

Vandaag begon eigenlijk best goed. Beide hadden we goed geslapen. Mijn humeur kelderde echter vrij snel toen ik de enorme afwas zag. De afwas waarvan mijn man al dagen zegt dat hij die af gaat wassen. De afwas die in de tussentijd gestaag groeit. De afwas die ik weiger te doen omdat ik al iedere dag afwas, en schoonmaak, en nog drie keer per week naar school ga en mijn man dus in tussentijd niet zoveel uitvoert. Geen schoonmaakwerk in ieder geval. Maar het moet toch een keer gedaan worden hè. Vooral wanneer je geen borden of bestek meer hebt. Dus boos begon ik toch aan die afwas. En dat is precies wat je moet doen als je je man aan het afwassen wil krijgen. Dat is een psychologisch spelletje dat ik nu wel door heb.

Halverwege de afwas zegt hij dan “dat doe ik wel schat!” waarop ik standaard reageer met “Nu is het al te laat klootzak!” Dan probeert hij ‘voor het idee’ nog mijn sponsje te pakken. Maar die krijgt hij dan niet meer. “Nu ben ik al bijna klaar!”. Waarop hij dan boos zijn jas aantrekt en verkondigd dat ‘ie gaat. “Ja hoor, ren maar weer weg!” en dat doet ‘ie dan ook.

Twee uur later belt hij me op en zegt met liefkozende stem dat ik over 5 minuten beneden moet komen. Ik (nog steeds boos en om daar vanaf te komen flink aan het schoonmaken geslagen) zeg geërgerd dat ik nog niet klaar ben. Evengoed red ik het om het huis schoon achter latend en niet stinkend naar schoonmaakmiddel binnen 5 minuten buiten te staan. We gaan naar het duikcentrum en dit stemt mij blij. Al is de reden iets minder leuk. We moeten er wat spulletjes weg halen van de boot. Aangekomen zien we de auto van de oude eigenaar staan en er bekruipt me een naar gevoel. Dat gevoel is enkele minuten later veranderd in een totale shock toestand. Verdoofd kijk ik voor mij uit. Mijn ogen volgen de zee, het strand, en de plek waar ons duikcentrum stond. STOND ja. Verleden tijd van ‘staan’.

Het enige wat ik uit weet te brengen naar Sinan is “wist jij dit?” Sinan maakt het welbekende klakkende geluid en gooit zijn hoofd naar achter. Nee dus.

Terwijl ik ongelovig naar de lege plek kijk waar ons duikcentrum stond, ziet Sinan en onze zakenpartner die ook mee is de oude eigenaar staan. Zij gaan er mee in gesprek. En ik probeer te bevatten wat er eigenlijk aan de hand is. Het is duidelijk. We hebben verloren. Verloren van een spelletje dat begon toen wij in gesprek gingen om het duikcentrum over te nemen. Maar wat is eigenlijk de winst? Wij hebben de spullen. De oude eigenaar heeft niets. Nouja. Hij start nu dus overnieuw. En wij zijn buitenspel gezet.

Zonder ons weten hebben ze gewoon ONS duikcentrum met de grond gelijk gemaakt. Alles is weg. Zelfs de betonnen fundering is er niet meer. Het enige wat nu nog rest zijn herinneringen en foto’s van een tijd toen we nog dachten dat alles goed was. ….tja. Wat kan ik nog zeggen? Alleen maar dat je dus HEEL GOED op moet passen wanneer je in Turkije met iemand in zee gaat. Dat een contract niet geldig is, hoe geldig je het contract ook maakt. Hotelmanagers zijn niet te vertrouwen. Helemaal niet als die vriendjes zijn met de oude eigenaar van jouw duikcentrum. Ik geloof dat ik vandaag een beetje gestorven ben.

Omdat ik er bij was is er gelukkig niets gebeurd. De mannen zijn niet eens tegen elkaar gaan schreeuwen. Sinan heeft mijn hand gepakt, me een kneepje gegeven en we zijn weg gegaan. Gelukkig maar. Want als ik er niet was hadden er wel eens hele vervelende dingen kunnen gebeuren.
De boosheid die ik eerder voelde over de afwas was in ieder geval meteen verdwenen. Dat zijn geen dingen om ruzie over te msken of rot over te voelen als je grotere problemen hebt!

Hoewel het ook wel zinvol was overigens. Het huis is nu helemaal schoon. Zelfs de ramen zijn gelapt 😉

Anyway. Nu is dat dus duidelijk, wat de status van ons voorheen- duikcentrum is. Kan ik nu technisch gesproken nog wel zeggen dat we een duikcentrum hebben? Laat ik het voorlopig maar een mobiel centrum noemen. De spullen hebben we in ieder geval. Nu de locatie nog..

Dus zijn we meteen doorgereden naar een nieuw hotel waar we ons oog op hebben laten vallen. Via het strand zijn we er naar toe gelopen en de locatie is echt perfect te noemen. Dicht bij onze duikspots, via het strand bereikbaar dus we kunnen zoveel mensen uitnodigen als we willen en deze hoeven dus niet perse gasten van het hotel te zijn. Tevens kunnen we profiteren van andere hotel gasten. Maar ja. Wederom is niets zeker. Volgende week zullen de gesprekken starten en deze keer hebben we het voordeel dat we een connectie in het hotel hebben. Vriendjespolitiek. Daar gaan we dus gebruik van maken. Maar of het deze keer wel in ons voordeel werkt? We’ll see.

Na een flinke strandwandeling zijn we naar onze vriend in Colakli gegaan waar hij een duikcentrum heeft. Hij heeft altijd gezegd ons te willen helpen met bepaalde documenten en zijn kennis. En hopelijk maakt hij zijn status als ‘betrouwbaar’ waar. En toont hij zich als een ware vriend die hulp biedt omdat hij dat wil bieden. Maar ook als we wel toestemming krijgen bij het hotel waar we geweest zijn, is dat enkel een zeer kleine overwinning. We hebben dan nog een hoop andere problemen te overwinnen. Geldgebrek, personeeltekort (wegens het geldgebrek.. zonder geld kan je ook geen personeel betalen natuurlijk) en een erg late start in het seizoen zijn er maar enkele van. Gezien we nu echt op nieuw moeten bouwen, kunnen we misschien pas 2 maanden later open. Wanneer het seizoen dus in volle gang is. Het is onzeker.ALS het doorgaat, moeten we eerst maar eens kijken of we wel kunnen starten met de middelen die we hebben.

En met die onzekerheid wens ik dagelijks dat de grond onder mijn voeten splijt. Mij weg neemt van dit problematische leven. Kon ik maar verdwijnen. Opgaan als rook. Alles laten voor wat het is. Maar zo is het niet. Dus we gaan door. Dan komt de ‘wave’ die ons naar een nieuwe hoogte brengt vast wel een keer. Hopelijk snel. Voor we echt instorten en geen middelen voor bestaan meer hebben.

This entry was posted in Gee in Turkije | 2011. Bookmark the permalink.

Geef een reactie...